Bewindvoering


 
Personen die hun zaken niet meer kunnen beredderen: iedereen kent wel een voorbeeld uit zijn omgeving: demente bejaarden, mentaal gehandicapten, comateuze patiënten, maar ook zware alcoholisten en verslaafden, zelfs personen met een onweerstaanbare koopdrift.

Om deze zwakkeren te beschermen, bestaat de mogelijkheid van aanstelling van een bewindvoerder voor al de meerderjarige personen die niet meer in staat zijn hetzij tijdelijk, hetzij definitief hun vermogen te beheren wegens ziekte (fysisch of psychisch) en ongeacht of zij thuis verpleegd worden dan wel opgenomen zijn in een ziekenhuis of een instelling.

Sinds 2014 bestaat er slechts één algemeen onbekwaamheidsstatuut: het bewind.
Alle vroegere statuten worden hierin samengebracht (nl. het vroegere voorlopig bewind over de goederen, de verlengde minderjarigheid, de gerechtelijke onbekwaamverklaring en de bijstand door een gerechtelijke raadsman).

Dit beschermingsstatuut kan zowel betrekking hebben op de goederen als op de persoon van de beschermde persoon.

Bij de bij de vrederechter in te dienen aanvraag tot aanstelling van een bewindvoerder, dient dan ook verplicht een medisch attest gevoegd te worden dat maximum 14 dagen oud is, opgesteld door de behandelende geneesheer, die geen familielid mag zijn of verbonden aan de instelling waar de persoon in kwestie verblijft. Bij gebreke daaraan kan een deskundige worden aangesteld. Alleszins wordt de te beschermen persoon door de vrederechter opgeroepen om gehoord te worden.

De door de vrederechter aangestelde voorlopige bewindvoerder (dit is een familielid of een advocaat) vertegenwoordigt de beschermde persoon en beheert diens goederen zoals een goed huisvader in het uitsluitend belang van de beschermde persoon. Dit alles onder toezicht van de vrederechter die voor sommige in de wet voorziene vermelde handelingen, zoals verkoop of aanvaarden van een nalatenschap, van tevoren en schriftelijk toelating moet verlenen en aan wie alleszins jaarlijks een rapport dient bezorgd te worden. Tenzij de vrederechter anders beslist, dient ook de beschermde persoon op de hoogte te worden gehouden.

Deze beschermingsmaatregel kan op ieder ogenblik door de vrederechter opgeheven worden op dezelfde wijze als hij aangevraagd werd, namelijk tegen voorlegging van een medisch attest, na oproeping van de beschermde persoon.

Naast de gerechtelijke bescherming is een bescherming via een buitengerechtelijk kanaal mogelijk. De rechter dient in de regel voorrang te verlenen aan de ‘buitengerechtelijke georganiseerde bescherming’, namelijk de lastgeving (waarbij de persoon dus eerder heeft geanticipeerd op de mogelijkheid dat hij later in zijn leven nood aan bescherming zou kunnen hebben), of de zaakwaarneming (naasten van de persoon zijn in staat om zijn bescherming waar te nemen).
Uw advocaat kan u hierover adviseren en kan u bij het aanvragen van die (buitengerechtelijke of gerechtelijke) bescherming bijstaan.

U vindt hier verscheidene modellen tot aanstelling van een bewindvoerder

Home