|
|
 |
 |

NIEUWSBRIEF MAART 2003
-- HUWELIJK NU OOK VOOR HOLEBI'S.
NIEUWSBRIEF APRIL 2003
-- TOEWIJZING VAN DE GEZINSWONING AAN DE NIET- GEWELDDADIGE PARTNER.
HUWELIJK NU OOK VOOR HOLEBI'S.
De wet van 13 februari 2003 schakelt het huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht gelijk met het huwelijk tussen twee personen van verschillend geslacht. De gevolgen voor de afstamming en de adoptie blijven nog verschillend.
Sinds de wet van 13 februari 2003 kan het huwelijk dus opengesteld worden voor personen van hetzelfde geslacht. Het aangepaste artikel 143 van het B.W. maakt het huwelijk immers mogelijk voor deze personen.
De regels voor het aangaan, het verbreken en de gevolgen van het huwelijk zijn van toepassing op een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht. De nieuwe wet heeft verscheidene wetsbepalingen geslachtsneutraal gemaakt. Het huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht heeft evenwel geen gevolgen voor de afstamming en de adoptie.
De wet zal in werking treden op 1 juni 2003.
Ook bepaalde huwelijksbeletsels werden aangepast. Waar vroeger het huwelijk verboden was tussen broer en zus, heeft het aangepaste artikel 162 van het B.W. thans ook het verbod uitgebreid in die zin dat twee broers en twee zussen niet met elkaar in het huwelijk mogen treden. Waar vroeger het huwelijk tussen oom en nicht, en tante en neef verboden was, wordt dit verbod thans uitgebreid tussen oom en neef en tussen tante en nicht.
Top
TOEWIJZING VAN DE GEZINSWONING AAN DE NIET- GEWELDDADIGE PARTNER.
Bij echtelijke moeilijkheden kan de vrederechter voorlopige maatregelen uitspreken. Hij beschikt daarbij over een brede beoordelingsmacht om de verblijfplaatsen van de partners te bepalen.De wet van 28 januari 2003 geeft aan het slachtoffer van gewelddaden tussen partners een betere bescherming.
De vrederechter kan dringende en voorlopige maatregelen opleggen wanneer één van de echtgenoten zijn plichten verzuimd of indien de verstandhouding ernstig is verstoord tussen beide partners. Sinds de wet van 28 januari 2003 wordt een nieuwe bepaling toegevoegd, namelijk: de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner die daarom verzoekt, krijgt het genot van de echtelijke of gemeenschappelijke verblijfplaats:
- wanneer de andere partner zich tegenover hem/haar schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke slagen en verwondingen, vergiftiging of verkrachting (dat zijn de misdrijven bedoeld in artikel 375, 398, 400, 402, 403 en 405 Sw.);
- wanneer de andere partner gepoogd heeft hem/haar te doden met het oogmerk te doden, te vermoorden, te vergiftigen of te verkrachten;
- wanneer er ernstige aanwijzingen voor dergelijke gedragingen bestaan.
Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
Wanneer het huwelijksvermogensstelsel eindigt door echtscheiding, scheiding van tafel en bed of scheiding van goederen, kan elke echtgenoot overeenkomstig artikel 1446 van het B.W. in de loop van de vereffeningsprocedure verzoeken om bij voorrang het onroerend goed dat dient tot gezinswoning, samen met de aanwezige huisraad, toegewezen te krijgen. Het nieuw ingevoegde tweede lid van artikel 1447 van het B.W. bepaalt dat de rechter moet ingaan op dit verzoek wanneer het uitgaat van de echtgenoot die het slachtoffer is van één van de hierboven vermelde gewelddaden, in twee gevallen:
- de andere echtgenoot is uit dien hoofde veroordeeld bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing;
- de beslissing die de echtscheiding uitspreekt is geheel of gedeeltelijk op dat feit gegrond;
Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
De kortgeding rechter kan dezelfde voorlopige maatregelen uitspreken als de Vrederechter op grond van artikel 221 van het B.W., vanaf er een echtscheidingsprocedure wordt ingeleid op grond van bepaalde feiten.
De kortgeding rechter heeft dus dezelfde machten als de vrederechter maar sinds de wet van 28 januari 2003 is ook een nieuw lid aan het artikel 1280 van het Ger.Wb. toegevoegd:
'maakt een echtgenoot zich ten overstaan van de andere schuldig aan een feit bedoeld in artikel 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 van het Sw.( dit gaat dan over verkrachting, opzettelijke slagen en verwondingen of vergiftiging) of heeft hij gepoogd een feit te plegen zoals bedoeld in artikel 375, 393, 394, 397 van het Sw. (verkrachting, doding met het oogmerk te doden, moord of vergiftiging) of zijn er ernstige aanwijzingen van dergelijke gedragingen, dan wijst de rechter in kortgeding het genot van de echtelijke verblijfplaats toe aan de echtgenoot die het slachtoffer is, indien die daarom verzoekt.'
De rechtbank kan bovendien slechts in uitzonderlijke omstandigheden afwijken van deze regel. Dit wil zeggen indien de gezinswoning niet zou worden toegekend aan de echtgenoot - slachtoffer, dan moet de rechtbank dit motiveren.
Top
Terug
|
 |
|