Advoring
Partners Advies Newsflash Links Contact Home




















Newsflash

NIEUWSBRIEF NOVEMBER 2003

-- OP WEG NAAR EEN LANGERE OPZEGGINGSTERMIJN VOOR ARBEIDERS?



OP WEG NAAR EEN LANGERE OPZEGGINGSTERMIJN VOOR ARBEIDERS?

Artikel 59 van de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten legt voor de werklieden de volgende wettelijke opzeggingstermijnen vast :

  minder dan 20 jaar ancienniteit ancienniteit van 20 jaar en meer
Ontslag door de werkgever 28 dagen (4 weken) 56 dagen (8 weken)
Ontslag door de werknemer 14 dagen (2 weken) 28 dagen (4 weken)


De opzeggingstermijn begint de eerste maand die volgt op de week waarin het ontslag met een opzeggingstermijn betekend werd.

De collectieve arbeidsovereenkomst nr 75 van 20.12.1999 betreffende de opzeggingstermijnen van werklieden (gesloten in een Nationale Arbeidsraad en algemeen bindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 10.02.2000 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26.02.2000 en dus van toepassing op alle werkgevers in de privé-sector), bepaalt langere opzeggingstermijnen ten gunste van bepaalde arbeiders, indien hun overeenkomst wordt opgezegd door de werkgever¹.

De essentie van deze CAO nr 75 bestaat er uit dat de opzeggingstermijnen die moeten gerespecteerd worden door de werkgever langer worden :
  • 35 dagen voor arbeiders die tussen de 6 maanden en minder dan 5 jaar ancienniteit in de onderneming tellen.
  • 42 dagen voor de arbeiders die tussen de 5 en minder dan 10 jaar ancienniteit in de onderneming tellen
  • 56 dagen voor de arbeiders die tussen 10 en minder dan 15 jaren ancienniteit in de onderneming tellen
  • 84 dagen voor de arbeiders die tussen 15 en minder dan 20 jaar ancienniteit in de onderneming tellen
  • 112 dagen voor de arbeiders die 20 of meer jaren ancienniteit in de onderneming tellen
In toepassing van artikel 61 van de wet van 03.07.1978 bestaan er voor talrijke sectoren reeds koninklijke besluiten die de wettelijke opzeggingstermijnen verkorten of verlengen.

Als werkgever is het dus van uitermate groot belang na te gaan binnen de sector welke regeling ervan toepassing is.

De opzegtermijnen voor arbeiders die door de werkgever die de arbeidsovereenkomst beëindigt moeten gerespecteerd worden zijn echter nog altijd beduidend korter dan de opzegtermijn die moet betekend worden aan een bediende (wettelijk minimum voor een ancienniteit < 5 jaar : 3 maanden ingaand op de eerste dag van de maand die volgt op de opzegging, deze termijn wordt verhoogd met drie maanden per vijf jaar bijkomende ancienniteit).

*        *        *

Er blijft nog altijd een groot verschil tussen het statuut van de bedienden en de arbeiders.

Van regeringswege werd meegedeeld dat de regering slechts parlementaire initiatieven zal ondersteunen ter harmonisatie van het statuut van arbeiders en bedienden na eensluidend positief advies van de sociale partners.

Uit de inhoud van het interprofessioneel akkoord voor de periode van 01 januari 2003 tot 31 december 2004 blijkt overigens dat gezien de onzekere ekonomische toestand de sociale partners niet mogelijk achten om nieuwe initiatieven te lanceren betreffende de toenadering tussen beide statuten.

De problematiek van de opzegtermijn is hier slechts een onderdeel van.



¹ Deze termijnen gelden niet wanneer op het niveau van een bedrijfstak reeds bij Koninklijk Besluit op Collectieve Arbeidsovereenkomst opzeggingstermijnen van toepassing zijn die van de wettelijke termijnen (voorzien in de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) afwijken of als er collectieve akkoorden van toepassing zijn die voorzien in een eigen stelsel van verruimde stabiliteit van werkgelegenheid of inkomen via aanvullende bestaande zekerheidsregelingen of via equivalente regelingen.

Reeds voorheen werd in de wet van 03.07.1978 voor bepaalde gevallen een bijzondere termijn vastgelegd, zo bv de opzeggingstermijn tijdens een proefperiode (artikel 48) de mogelijkheid om bij overeenkomsten een afwijkende opzeggingstermijn vast te stellen voor arbeiders met een ancienniteit van minder dan 6 maanden (artikel 60), de beëindiging door de werknemer zonder opzegging in geval van economische werkloosheid (artikel 51 parag 4) of na een maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens slecht weer (artikel 50).

TopTop
 Terug
TopTop
copyright © 2000 Advoring, all rights reserved - update by Publi-Web