Huur en handelshuur


Huurcontracten

Huurcontracten afsluiten of beëindigen is naar Belgisch recht niet zo eenvoudig. Heel wat bepalingen en gebruiken beheersen het huurrecht. Vooreerst zijn er de bepalingen van het B.W. : art. 1708 tot en met 1762. Deze artikels zijn van toepassing op alle huurovereenkomsten die niet onder de woninghuurwet, de handelshuurwet of de pachtwet vallen. Men noemt dit het gemeenrecht. De verhuring van kantoren, studentenkamers, opslagplaatsen, tweede verblijven worden dus bepaald door deze regels. Daarin leer je onder meer dat huurcontracten van bepaalde of onbepaalde duur kunnen zijn, maar niet eeuwigdurend, of, dat een huurcontract niet automatisch wordt beëindigd wanneer de huurder of de verhuurder sterven of in faling worden verklaard.

Woninghuurwet

De Woninghuurwet is alleen van toepassing op huurovereenkomsten die een woning betreffen die de huurder tot hoofdverblijfplaats dient. Die bestemming tot hoofdverblijfplaats moet bovendien met de toestemming van de verhuurder bepaald zijn. De regels van het gemeen recht zijn ook op deze huurovereenkomsten van toepassing, voor zover de woninghuurwet geen afwijkende regeling bevat. Zo voorziet de woninghuurwet dat alle huurovereenkomsten geacht worden te zijn aangegaan voor een duur van 9 jaar. Deze regel is van dwingend recht en er kan van afgeweken worden door een schriftelijke overeenkomst van maximaal 3 jaar of voor meer dan 9 jaar.

Handelshuurwet

De Handelshuurwet is net als de woninghuurwet een uitzonderingswet. Dus ook bij handelshuurovereenkomsten zal het gemeen recht van toepassing blijven voor alle materies die niet door de Handelshuurwet worden geregeld. De Handelshuurwet, die al van 1952 dateert, is vrij formalistisch, zodat het voor handelaars en verhuurders belangrijk is tijdig juist advies in te winnen. De Handelshuurwet is van toepassing op de huurovereenkomsten van onroerende goederen of gedeelte’s ervan die gebruikt worden voor de uitoefening van kleinhandel of van het bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek. Het onroerend goed moet daartoe in hoofdzaak bestemd zijn en die bestemming moet door huurder en verhuurder ook aanvaard zijn. De duur van een handelshuurovereenkomst is wettelijk bepaald op 9 jaar, maar de huurder heeft het recht, binnen bepaalde voorwaarden, tot driemaal toe, een huurhernieuwing te vragen. Dit moet in geëigende vormen gebeuren tussen de 18de en de 15de maand voor het einde van de negenjarige huurovereenkomst.

Pachtwet

Ook de Pachtwet is een uitzonderingwet, maar daarover leest u meer op een andere pagina van deze website.

Modelcontracten

Overdracht handelshuur
Aanmaning huurder tot betaling van de huurprijs
Aanvraag handelshuurhernieuwing
Modelbrief aan huurder met verzoek tot indexering

Save

Home