:: Kantoor Hemmerechts & Vanhemelrijck

Tarieven

1| DE KOSTEN VAN DE ADVOCAAT

De kosten van de advocaat zijn enerzijds de vaste, algemene kosten voor de werking van het kantoor
en anderzijds de specifieke, aan een welbepaald dossier toe te rekenen kosten voor de uitvoering van
de door cliënt gevraagde dienstverlening.

De kosten worden als volgt begroot:

- aanleg van een nieuw dossier: € 40,00
- brieven en procedurestukken: € 10,00 per blad
- kopies: € 0,50 per kopie
- verplaatsingen: € 0,40 per kilometer

2| DE GERECHTSKOSTEN

De gerechtskosten zijn de kosten die de client moet betalen aan derden, zoals de gerechtsdeurwaarders, de griffie, vertalers en openbare instanties. De client betaalt ze rechtstreeks aan deze derden. Indien de advocaat deze gerechtskosten voorschiet worden ze precies en gedetailleerd vermeld in de staat van kosten en ereloon.

3| ERELOON

Het ereloon is de vergoeding voor de door de advocaat of zijn medewerkers geleverde diensten.

In de regel wordt bij de aanvang besproken op welke wijze het ereloon zal worden aangerekend.

Er wordt ofwel een uurtarief afgesproken, ofwel een vast bedrag voor een welbepaalde procedure of onderdeel van een procedure. Er kan ook een bijkomende vergoeding worden afgesproken in geval van een gunstig resultaat.

Voor de bepaling van het uurtarief wordt rekening gehouden met het belang van de zaak, de ervaring en specialiteit van de advocaat, de spoedeisendheid en de draagkracht van de cliënt.

De diensten en prestaties worden in de regel aangerekend aan 125 euro per uur, tenzij anders overeengekomen of bepaald. De aard van het dossier kan bepalend zijn om desgevallend een vast bedrag te bepalen, een percentage (bvb. bij invorderingen) of een succes-fee. In dat geval wordt dit vooraf en schriftelijk bepaald.

4| RECHTSPLEGINGSVERGOEDING EN TERUGBETALING ADVOCATENKOSTEN

Sinds 1 januari 2008 heeft een winnende partij in een proces het recht om (een deel van) het ereloon en de kosten van zijn advocaat te laten vergoeden door de verliezende partij ( = ‘verhaalbaarheid van de erelonen’ ).

Deze tussenkomst is forfaitair. Het is de rechter die het precieze bedrag zal bepalen. Het bedrag, zowel het basisbedrag als het minimum- en het maximumbedrag van de rechtsplegingsvergoeding staat in het KB van 26 oktober 2007. Meer info: www.advocaat.be.

In beginsel kent de rechter het basisbedrag toe. Als minstens één van de partijen hierom vraagt kan de rechter, op basis van 4 in de wet opgesomde gronden, het basisbedrag verlagen of verhogen binnen de grenzen van het minimum en het maximum. De rechter moet zijn beslissing in geval van verhoging of verlaging van het basisbedrag motiveren.